woorden
boek
Start
›
B
›
bangigheid
bangigheid
vrouwelijk (de)
/'bɑŋəxhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het (overdreven) bang zijn
iets wat getuigt van (overdreven) angstig zijn
Etymologie
* afleiding van bangig
Verwante woorden
bang
Banga
bangalijst
bangalijsten
bangbroek
bangbroeken
bange
bangelijk
bangelijke
banger
bangerd
bangerds
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← bangige
Bangkok →