bandrecorder
mannelijk (de)/ˈbɑntriˌkɔːrdər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een toestel dat geluid opnam op een band magnetiseerbaar materiaalDe bandrecorder is door de mogelijkheden van digitale opname verdrongen.
Etymologie
* pseudo-Engels
Vertalingen
Engelstape recorder
Fransmagnétophone
DuitsTonbandgerät
Spaansmagnetófono
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek