woorden
boek
Start
›
B
›
banddikte
banddikte
vrouwelijk (de)
/'bɑndɪktə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
de hoogte van een fietsband
Uitdrukkingen
met een banddikte winnen
— met een zeer gering verschil een wielerwedstrijd winnen
Verwante woorden
band
band van möbius
Banda
banda aceh
bandafnemer
bandafnemers
bandage
bandages
bandagist
bandagisten
bandana
bandapparaat
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← bandbreuken
banddikten →