balzaal

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbɑlzal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zaal ingericht voor danspartijen of grote feesten
    In het theatercafé lonkt een goudkleurige bar naar de bezoekers en de grote foyer op eerste verdieping oogt, met kroonluchters en roodgoud behangsel, als een balzaal. NRC Kester Freriks 3 oktober 2016
    'Depressief?' 'Lachen in de balzaal, huilen in bed.