balletje-balletje

onzijdig (het)/ˌbɑləcəˈbɑləcə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spel (spel) illegaal gokspelletje dat op straat gespeeld wordt, waarin een bal in een van drie bekers wordt gegoocheld
    „Een nette straf", was de reactie van een der tientallen Joegoslaven die gisteren boetes kregen opgelegd, omdat zij in Amsterdam toeristen hadden verleid tot het straat-gokspel „Balletje-balletje".

Etymologie

*; reduplicatie van balletje, in de betekenis van ‘gokspel waarin een bal in een van drie bekers wordt verstopt’ voor het eerst aangetroffen vanaf 1984 (zie vindplaats hieronder)

Vertalingen

Engelsshell game
Fransbonneteau
DuitsHütchenspiel, Nussschalenspiel
Spaanstrile, mosqueta
Italiaansgioco delle tre campanelle