bajonet

mannelijk/vrouwelijk (de)/bajo'nɛt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een steekwapen bovenop de loop van een geweer
    De meeste doden vallen door de kogels uit het geweer, niet door de bajonet op het geweer.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘steekwapen op een geweerloop’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1682

Vertalingen

Engelsbayonet
Fransbaïonnette
DuitsBajonett
Spaansbayoneta
Italiaansbaionetta
Portugeesbaioneta
Russischштык, багинет
Japans銃剣
Poolsbagnet
Zweedsbajonett
Deensbajonet