badpak

onzijdig (het)/'bɑtpɑk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) kledij bedoeld voor het baden en zwemmen
    Wij liepen in badpak.
    Mijn moeder en vader stonden in badkleding bij de steiger en glimlachten naar de camera, zij in een tweedelig badpak, dus geen bikini, hij in zo'n strakke zwembroek.
    'Het wordt vanzelf warmer,' zei Harold In de keuken zette Teresa de metalen borden met veel kabaal in het afdruiprek, een geluid als wapengekletter.'O, nou, dan zal ik mijn badpak vast tevoorschijn halen,' zei Sarah.

Vertalingen

Engelsswimming costume, swimming suit, swimsuit
Fransmaillot de bain
DuitsBadebekleidung
Spaanstraje de baño
Italiaanscostume da bagno
Portugeesroupa de banho
Russischкупальный костюм, купальник
Japans水着
Koreaans수영복
Arabischلباس سباحة
Turksmayo
Poolskostium kąpielowy, strój kapielowy
Zweedsbadkläder
Deensbadedragt, badetøj