badhanddoek
mannelijk (de)/'bɑthɑnduk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sanitair), (textiel) grote handdoek gemaakt van badstof om (delen van) het lichaam af te drogen na het wassenZittend op de grond, tegen de muur - met een badhanddoek als kussen - probeer ik te lezen, maar ik kan mijn aandacht er niet bijhouden.
Vertalingen
Engelsbath towel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek