badge

mannelijk (de)/bɛtʃ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. teken dat als kenmerk op de kleding kan worden bevestigd
  2. militair (militair) embleem dat verwijst naar een onderdeel van de krijgsmacht of krijgsverrichtingen
  3. op te spelden plaatje met tekst of afbeelding, vaak bedoeld om een opvatting of lidmaatschap van een groep zichtbaar te maken
  4. op de kleding te dragen naamkaartje op een bijeenkomst, soms ook gebruikt als bewijs van toegang, vergelijk [2.2]
  5. teken dat men bij zich draagt als bewijst van een bepaalde status
  6. herkenningsteken dat aantoont dat men politiefunctionaris is
    Een plastic badge, een speciale sleutel of wat dan ook.
  7. toegangspasje, soms ook bedoeld om zichtbaar te dragen, vergelijk [1.3]

Etymologie

*Van "badge". In de betekenis van ‘insigne, speldje’ voor het eerst aangetroffen in 1958.