backhand
mannelijk/vrouwelijk (de)/'bɛkhɛnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) een achterwaartse slag met bijv. een tennisracketZijn slagen met de backhand zijn niet zo goed als die met de voorhand.
Etymologie
*Engelse ontlening: backhand.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek