backbone

mannelijk (de)/ˈbɛɡbon/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) het centrale en stevigste onderdeel van een constructie, de ruggengraat van een constructie
    "De afwikkeling van de overdracht van het warmtenet en de aanleg van de backbone heeft grotere financiële consequenties dan werd aangenomen bij de besluitvorming in juli", aldus het college.
    Wij hebben alles aan elkaar gemaakt, dus de verbindingen tussen de looppijpen en de backbone, zeg maar de ruggengraat.
  2. informatica (informatica) een stelsel van zeer snelle computerverbindingen waarlangs het gegevensverkeer loopt van de netwerken die op de backbone zijn aangesloten

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels