backbencher
mannelijk (de)/ˈbɛɡbɛntʃər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (politiek) een parlementslid zonder bijzondere verantwoordelijkhedenWe kiezen de eerste politicus, al is het maar een backbencher.
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘minder belangrijk politicus’ voor het eerst aangetroffen in 1950
Vertalingen
Engelsbackbencher
Fransdéputé sans portefeuille, député de l'arrière-ban, simple député
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek