bacil

mannelijk (de)/baˈsɪl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) benaming voor soorten uit de klasse die de vorm van een staafje of een komma hebben
    Staphylococcen zijn staafvormige bacillen.
    Toen in 1883 bleek dat cholera werd veroorzaakt door een bacil (dat via uitwerpselen van zieken het drinkwater besmette) was de miasma-theorie niet meer houdbaar.
  2. (bij uitbreiding) gebruikt als algemene aanduiding voor besmettelijke microbe
    Daar worden we ziek van elkaars vieze toetsenborden, kunnen we met elke bacil tweehonderd collega’s tegelijk besmetten en is je belabberd voelen een stuk lastiger geworden, omdat iedereen boven op elkaar zit.

Etymologie

*vermoedelijk van "bacille", dat is gevormd uit Latijn "bacillum" "staafje" en verwijst naar de vorm van deze bacteriën; in de betekenis van ‘bacterie’ aangetroffen vanaf 1904

Vertalingen

Engelsbacillus
Fransbacille
DuitsBazillus
Spaansbacilo
Italiaansbacillo
Portugeesbacilo
Zweedsbacill