babyboomer
mannelijk (de)/'bebibuːmər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die tijdens een geboortegolf geboren is, maar in het bijzonder die plaatsvond na de Tweede WereldoorlogEen op de vijf Britse babyboomers is probleemdrinker. [http://www.nu.nl/eten-en-drinken/4112093/vijf-britse-babyboomers-probleemdrinker.html www.nu.nl]
Etymologie
*afgeleid van babyboom
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek