woorden
boek
Start
›
B
›
babbelzucht
babbelzucht
mannelijk/vrouwelijk (de)
/'bɑbəlzʏxt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
de onbedwingbare neiging om over allerlei onderwerpen te praten, kletsen en te roddelen
Synoniemen
praatzucht
praatziek
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← babbelzieker
Babberich →