bêtise
vrouwelijk (de)/bɛˈtiːzə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) domheid, iets dat onzinnig isNa koffie gedronken te hebben, begon het Groot Dictee. Niettegenstaande de taalcriticus Charivarius zijn macedoine ‘Is dat goed Nederlands ?’, die verrukkelijke thesaurus vol linguïstische bêtises, publiceerde in 1940, zou het journaille anno hodie een raillerend exposé van onze pennenstrijd alsnog met dit piteuze zinnetje kunnen initiëren.
Etymologie
* uit Frans "bêtise".
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek