avondspits
mannelijk/vrouwelijk (de)/'avɔntspɪts/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) de grote verkeersdrukte aan het einde van de middag en het begin van de avondHij wilde graag vroeg vertrekken, zodat hij de avondspits voor kon zijn.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek