avondklok
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈavɔntˌklɔk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (politiek), (militair) verbod om zich op straat te begeven na een zekere tijdDe avondklok in Caïro wordt grotendeels genegeerd en ook niet door het leger afgedwongen.Alle overheidsdiensten van Curaçao zijn woensdag de hele dag gesloten. De avondklok is vervroegd tot 11.00 uur plaatselijke tijd.
- (geschiedenis) klok, met een eigen, herkenbare klank die in kloosters of steden werd geluid bij het vallen van de avond en die het tijdstip aangaf dat de poort tot de ochtend werd gesloten, zodat niemand erin of eruit kon
Vertalingen
Engelscurfew
Franscouvre-feu
DuitsAusgangssperre, Sperrzeit
Spaanstoque de queda
Italiaanscoprifuoco
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek