avance
mannelijk/vrouwelijk (de)/aˈvɑ̃sə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- poging tot toenaderingAl een paar keer is mij discreet gevraagd: “Zou je er niet voor voelen lid van de ....te worden?” Ik hoor me, schijnt, gevleid te voelen door zo'n avance.
- voorschot
- (verouderd) voordeel, winst
Etymologie
* van "avance", in de betekenis van ‘toenaderingspoging’ voor het eerst aangetroffen in 1784
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek