autotechniek

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek, verkeer (techniek), (verkeer) vakgebied van alles wat met het ontwerpen, fabriceren, onderhouden en herstellen van auto's te maken heeft
    Hoogleraar autotechniek Maarten Steinbuch, van de Technische Universiteit Eindhoven, denkt dat de benodigde aanpassingen "technisch goed te doen" zijn.
  2. werktuigbouwkunde, verkeer (werktuigbouwkunde), (verkeer) alles wat met het ontwerpen, fabriceren, onderhouden en herstellen van auto's te maken heeft
    En daarna weer over tot de orde van de dag. "Want het geheim van de smid is toch weer terug naar het normale leven. Toch weer over autotechniek praten."