woorden
boek
Start
›
A
›
autorit
autorit
mannelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
verkeer
(verkeer) een reisje met de auto
Wij maakten iedere week een autoritje naar opa en oma.
Tijdens de lange autoritten komen de mooiste verhalen naar boven.
Verwante woorden
auto
auto's
auto-eigenaar
auto-export
auto-exporten
auto-immuunziekte
auto-immuunziekten
auto-import
auto-importen
auto-importeur
auto-importeurs
auto-inbraak
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← autoriseren
autoritair →