autopiloot

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) een systeem in een vliegtuig, schip of ruimtevaartuig dat het voertuig automatisch bestuurt
  2. figuurlijk (figuurlijk) het automatisch, routinematig handelen van een persoon

Etymologie

* afleiding van piloot en