autopiloot
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) een systeem in een vliegtuig, schip of ruimtevaartuig dat het voertuig automatisch bestuurt
- (figuurlijk) het automatisch, routinematig handelen van een persoon
Etymologie
* afleiding van piloot en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek