automatiseringstijdperk

onzijdig (het)/ˌɑutoˌmatiˈzerɪŋsˌtɛitpɛrᵊk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. periode in de geschiedenis waarin het gebruik van geprogrammeerde machines in de productie sterk toeneemt
    „Net zoals in het mechaniseringstijdperk het lopende bandwerk {{sic!
  2. periode in de ontwikkeling van productie met toepassing van geprogrammeerde machines