autodek

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dek van een (veer)boot waarop auto's vervoerd worden
    Op de veerboot met 466 inzittenden brak zondagochtend in alle vroegte brand uit op een autodek. Drie Nederlanders zijn nog op het schip. De Telegraaf 28 dec. 2014 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/871050/schoenen-smelten-door-hitte-op-veerboot 'Schoenen smelten door hitte op veerboot']
    Als het goed is, krijgt bemanning op veerboten, de zogeheten roll-on-roll-off (ro-ro)-passagiersschepen, met enige regelmaat training wat ze moeten doen in geval van een noodsituatie, zoals een plotselinge brand op het autodek. De Telegraaf 29 dec. 2014 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/870983/veiligheid-veel-griekse-veerboten-was-slecht Veiligheid veel Griekse veerboten was 'slecht']
  2. etage van een parkeergarage
    De Dienst Milieu en Bouwtoezicht van het stadsdeel Osdorp ontdekte eind november scheuren in de constructie bij de aanleg van een roltrap van het autodek van de parkeergarage naar de supermarkt eronder. De garage werd ontruimd en een van de balken in de hal moest worden gestut. De ontruiming betrof in eerste instantie ook de supermarkt en twee winkels, maar die mochten na een dag weer open. Het Parool 5 JUNI 2007 [https://www.parool.nl/binnenland/herstel-parkeergarage-osdorpplein~a6286/ Herstel parkeergarage osdorpplein]