autocontrole
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) (België) verplichte periodieke controle van een auto heet in Nederland apk
- andere vormen van oordeelvorming over auto's en de bestuurders van auto'sSchietpartij bij autocontrole. Een routinecontrole van een automobilist bij de IJtunnel in Amsterdam is gisteravond uitgemond in een schietpartij. NRC 4 april 2000
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek