autobaan
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) weg bestemd voor snel gemotoriseerd verkeer (zoals auto's, motoren, bussen en vrachtwagens) met ongelijkvloerse kruisingen en een middenberm tussen de twee rijrichtingen
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘autosnelweg’ voor het eerst aangetroffen in 1940
Vertalingen
DuitsAutobahn
Spaansautopista
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek