autoalarm

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een apparaat dat een, meestal luide, waarschuwing produceert als onbevoegden proberen een auto te openen
    Een 44-jarige man uit Enschede is maandag op heterdaad betrapt toen hij goederen uit een auto probeerde te stelen. Toen de 21-jarige eigenaar van de auto zijn autoalarm hoorde afgaan snelde hij naar zijn auto, waar hij een vreemde man in zijn auto aantrof.
    Verdachte geluiden en daarna een gillend autoalarm: bewoners van de Kooikersdreef in Apeldoorn werden vannacht opgeschrikt door een autobrand.