autist
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die autisme heeftIn deze klas zitten twee autisten, die hebben soms wat extra aandacht nodig.
- (scheldwoord) beschuldiging dat iemands gedrag of gedachte onaangepast isNatuurlijk had je bier moeten halen, ben je een autist of zo?Hij begon me op de zenuwen te werken, die stomme autist!Ik stak mijn hand uit en pakte de papieren, maar Peña rukte ze uit mijn hand en borg ze op in een la van zijn bureau, die de verdomde autist met een klap dichtschoof.
Vertalingen
Engelsautist
Fransautiste
Spaansautista
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek