autarkie
vrouwelijk (de)/ˌɑutɑrˈki/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) situatie dat een land of andere huishouding alles wat nodig is helemaal zelf kan produceren en dus niet afhankelijk is van andere landen of producenten
Etymologie
*van "αὐτάρκεια" (autárkeia), in de betekenis van ‘het in eigen behoefte voorzien’ voor het eerst aangetroffen in 1669
Vertalingen
Engelsautarky
Fransautarcie
DuitsAutarkie
Spaansautarquía
Italiaansautarchia
Portugeesautarquia
Russischавтаркия
Chinees封閉經濟
Japans閉鎖経済
Arabischاكتفاء ذاتي
Poolsautarkia
Deensautarki
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek