audiotoer
mannelijk (de)/'ɔudijotur/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- rondleiding door een museum of andere attractie waarbij men gebruik maakt van een mp3-speler of een iPod waarin de informatie in gesproken vorm is opgeslagen
Etymologie
*afgeleid van toer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek