attribuut

onzijdig (het)/ɑtriˈbyt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voorwerp, behorend bij iets anders
    Wielerschoenen, een fietshelm en handschoentjes zijn belangrijke attributen voor het wielrennen.
    De heiligen die zijn afgebeeld in heiligebeelden zijn te herkennen aan hun attributen. Zo kun je Petrus herkennen aan de sleutels.
    Terwijl haar blik heen en weer schoot, bedekten de vingers van haar linkerhand het plastic bandje om haar pols. Het verplichte attribuut van Hotel Luxor was hier ongepast.
  2. taalkunde (taalkunde) bijvoeglijke bepaling, een woord of woordengroep die wat zegt over een zelfstandig naamwoord.
    De vet gedrukte woorden zijn een duidelijk en helder attribuut.
  3. rekwisiet
    De mimespeler had maar weinig attributen nodig.
  4. informatica (informatica) tot het wezen (de entiteit) behorende eigenschap
    de attributen 'naam', 'adres', en 'woonplaats' werden opgeslagen bij de entiteit 'klant'

Etymologie

*[4]: van "attribute"

Vertalingen

Engelsattribute
Fransattribut
Spaansatributo