astroloog

mannelijk (de)/ɑstro'lox/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) een beoefenaar van de astrologie

Etymologie

* Afkomstig van het vroeg Latijnse woord astrologus, afgeleid van het Griekse ἀστρολογία, 'beschouwer van de sterren'

Vertalingen

Engelsastrologer
Fransastrologue
DuitsAstrologe
Spaansastrólogo, astrologe
Russischастролог
Poolsastrolog