astmaticus

mannelijk (de)/ɑstˈmatiˌkʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die last heeft van benauwdheid en hoesten door de ziekte astma
    Ik zou al deze stoppers een knuffel willen geven, als dit me niet mijn voortanden zou kosten. Ik zou hun willen vertellen wat mij ooit van de sigaretten heeft afgeholpen (verhuizen naar een andere stad om te gaan samenwonen met een astmaticus'Vetgedrukte tekst), maar iedereen moet zijn eigen remedie vinden. NRC Ellen Deckwitz 5 januari 2016

Etymologie

*Uit het Latijn asthmaticus