assistentschap

onzijdig (het)/ɑsi'stɛntsxɑp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het sassistent zijn
    De Montenegrijn ruilt het assistentschap van Feyenoord in voor een degradatiestrijd in Tilburg. "Over vijf maanden weten we of dat goed is geweest."

Etymologie

* afleiding van assistent