assimileren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) gelijkvormig maken, gelijkstellen
  2. ov, biologie (ov) (biologie) (voedingsstoffen) opnemen en in organisch weefsel omzetten
  3. ov (ov) doen opgaan van een minderheidsgroep in een gevestigde gemeenschap, waarbij de geabsorbeerde groep onderscheidende kenmerken verliest
    De politieke partij staat voor een integratiebeleid dat als uiteindelijk doel heeft om de minderheden te assimileren.
  4. ov, taalkunde (ov) (taalkunde) twee aangrenzende klanken geheel of gedeeltelijk gelijkmaken
  5. erga (erga) zich aanpassen (waarbij men onderscheidende kenmerken verliest)
  6. erga, taalkunde (erga) (taalkunde) twee aangrenzende klanken geheel of gedeeltelijk gelijk worden

Etymologie

*afgeleid van het Franse assimiler ()

Vertalingen

Engelsassimilate
Fransassimiler
Spaansasimilar