woorden
boek
Start
›
A
›
aspot
aspot
mannelijk (de)
/ˈɑspɔt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
(metalen) pot waarin men as kan verzamelen
holte waarin een vertikale as kan draaien
Synoniemen
askruik
urn
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← aspluim
aspotten →