aspiratie

vrouwelijk (de)/ˌɑspiˈraʦi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) het verwijderen of opvangen van materiaal door middel van opzuiging
    Verander de richting van de naald na elke 5 cc tijdens de aspiratie, om te vermijden dat er perifeer bloed wordt opgezogen.
    Bij een aspiratie pneumonie is de longontsteking ontstaan doordat voeding of vocht in de long is terecht gekomen.
  2. iets wat men wenst te bereiken
    Hij had aspiraties om de nieuwe directeur te worden.
  3. fonetiek (fonetiek) uitspraak waarbij de gearticuleerde spraakklank vergezeld gaat van een hoorbare ademstroom

Etymologie

* Afgeleid van aspireren