asgrijs
onzijdig (het)/ˈɑsxrɛis/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleur) de kleur van de resten van verbrand materiaalTussen de veertig gouaches zitten bijna geen abstrakte werken, die de kijker niet met een onontkoombare, dreigende werkelijkheid confronteren. Asgrijs, groen en vaal bruin beheersen zijn wereld. Toch kan het nieuwe werk van Anton Voorzanger (1918), geboren te Haarlem, maar al sinds lange tijd in Oosterwolde wonend, onmogelijk als somber of depressief aangemerkt worden.
Etymologie
[https://dbnl.org/tekst/_rev002197501_01/_rev002197501_01_0196.php?q=asgrijshl1 "Beukenootje" in: De Revisor. jrg. 2 nr. 4 (september 1975) Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam]; p. 24; geraadpleegd 2018-09-22
Vertalingen
Engelsash grey
Fransgris cendré
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek