arrangeren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) in een bepaalde orde rangschikken, ordenen
    Hij heeft de bloemen tot een mooi boeket gearrangeerd.
  2. ov, muziek (ov) (muziek) een bepaalde melodie met akkoorden omlijsten en voor een bepaalde bezetting geschikt maken
    Hij arrangeerde een bekend lied voor fluit, hobo en orgel.
  3. juridisch (juridisch) (een geschil) bij schikking afdoen
  4. regelen, organiseren
    De vaksbondsleider wil een gesprek tussen het personeel en de directeur arrangeren.

Etymologie

*afgeleid van het Franse arranger ()

Vertalingen

Engelsarrange, fix up
Fransarranger
Spaansarreglar