arendsneus

mannelijk (de)/'arəntsnøs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een grote, haakvormige neus
    Toen merkte ik zijn ogen op, dat donkere blauw dat je in een pauweveer ziet, de tamelijk grote arendsneus, een aanduiding van de arrogantie die ik ongetwijfeld in hem zou aantreffen, en de lange, vrij dunne lippen, die cynisme of zinnelijkheid uitdrukten, misschien wel allebei.