arbitrage

vrouwelijk (de)/ɑrbi'traʒə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het handelen van een scheidsrechter of arbiter (spraakgebruik)
    De arbitrage was in handen van een internationaal geroemde scheidsrechter.
  2. juridisch (juridisch) het resultaat van het handelen van een arbiter
  3. het gelijktijdig op verschillende markten kopen en verkopen om gebruik te maken van koersverschillen, handelsarbitrage

Etymologie

* van arbitreren

Vertalingen

Engelsarbitration, arbitration, arbitration
DuitsSchlichtung, Schiedsspruch, Entscheid
Spaansarbitraje, arbitraje, arbitraje