arbitrage
vrouwelijk (de)/ɑrbi'traʒə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het handelen van een scheidsrechter of arbiter (spraakgebruik)De arbitrage was in handen van een internationaal geroemde scheidsrechter.
- (juridisch) het resultaat van het handelen van een arbiter
- het gelijktijdig op verschillende markten kopen en verkopen om gebruik te maken van koersverschillen, handelsarbitrage
Etymologie
* van arbitreren
Vertalingen
Engelsarbitration, arbitration, arbitration
DuitsSchlichtung, Schiedsspruch, Entscheid
Spaansarbitraje, arbitraje, arbitraje
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek