arbeiderswijk
mannelijk/vrouwelijk (de)/'ɑrbɛɪdərswɛɪk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- wijk waar industrie arbeiders wonen / wijk met eenvoudige woningenDe onlusten in de fabrieks- en arbeiderswijk Presnja waren de laatste gewapende incidenten van de revolutie van 1905.Op de Cementerio Sur, achter de arbeiderswijk Carabanchel in Madrid, is iedere zeven minuten een afscheidsdienst voor een overleden coronapatiënt. Tijd om de doden in het rouwcentrum te brengen is er niet. En dus gaat het voor de deur van het zaaltje, met de kist nog in de wagen.
Vertalingen
Engelsindustrial residential centre, working-class quarter
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek