arbeidersklasse

vrouwelijk (de)/ˈɑrbɛidərsˌklɑsə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de groep mensen die uitsluitend van haar arbeid leeft
    ‘Nee tegen het fascisme en de eenmansdictatuur’ is de leus achter het podium, in het Nederlands, Turks en Koerdisch. Serda Nehirci van de Nieuwe Democratische Jongeren keert zich in haar toespraak tegen „de onderdrukking van de volkeren, de arbeidersklasse, de geloofsgroepen, de vrouwen, lgbti’s”. Bang voor de gevolgen van haar stellingname is ze niet, zegt ze na afloop. „Er is onrechtvaardigheid. Kun je dan met een gerust hart naar bed als je daar niets aan doet?” Bij haar volgende bezoek aan Turkije zal ze weer iets langer worden ondervraagd, verwacht Nehirci.NRC 2 april 2017
    Ze waren allebei linksradicalen geweest in hun jeugd in Duitsland, Christa had zelfs jarenlang seksuele voorlichting gegeven aan de arbeidersklasse in Berlijn, ze had bovendien meerdere abortussen gehad in die jaren.
    Als gevolg hiervan was het een zinloos project, dat rond deze tijd grote delen van buitenparlementair links in West-Europa kenmerkte, om te proberen deze tot zwijgen gebrachte arbeidersklasse te mobiliseren tot een socialistische revolutie.

Vertalingen

Engelsworking-class