arbeidershuis

onzijdig (het)/'ɑrbɛɪdərshœys/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. klein, eenvoudig huis dat speciaal is gebouwd voor de gezinnen van mensen die laagbetaalde handenarbeid verrichten
    De tientallen eetkramen zijn strategisch opgesteld langs de route met als eindpunt een betonnen sportstadion dat met een hoogte van vijftig meter niet te missen is tussen de arbeidershuisjes. We zijn in de Londense buitenwijk Twickenham, in het oosten van de Britse hoofdstad.
    Toen ik klein was, waren er arbeidershuisjes met het toilet nog buitenshuis.