applaus

onzijdig (het)/ɑˈplɑus/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geklap in de handen als teken van goedkeuring of bewondering
    Hij werd met een daverend applaus ontvangen.
    Gebroederlijk pakten we elkaars handen vast en liepen de trap op van de enige winkel van het dorp, die ook dienst deed als centrale hangplek voor alle hikers. We werden met applaus verwelkomd.

Etymologie

* Leenwoord uit Duits "Applaus" (uit Latijn "applaussus" “geklap, gefladder”) , in de betekenis van ‘handgeklap’ voor het eerst aangetroffen in 1859

Vertalingen

Engelsapplause, approval
Fransapplaudissement
DuitsApplaus
Spaansaplauso
Turksalkış