appelsoort

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɑpəlsort/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde (plantkunde) een specifieke variëteit van de appel (), met unieke kenmerken zoals smaak (zoet, zuur), textuur (knapperig, zacht), kleur en toepassing (eetappel, keukenappel), met bekende voorbeelden als Elstar, Jonagold, Gala en Goudreinet, die allemaal afstammen van de wilde appel