appelsoort
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɑpəlsort/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) een specifieke variëteit van de appel (), met unieke kenmerken zoals smaak (zoet, zuur), textuur (knapperig, zacht), kleur en toepassing (eetappel, keukenappel), met bekende voorbeelden als Elstar, Jonagold, Gala en Goudreinet, die allemaal afstammen van de wilde appel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek