appelmoes

/'ɑpəlmus/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding, fruit (voeding) (fruit) een moes van gekookte appels
    In Nederland eet men veel appelmoes.

Vertalingen

Engelsapple sauce
Franscompote de pommes
DuitsApfelmus
Spaanscompota de manzana