appelflap
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈapəlˌflɑp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) lekkernij gemaakt van bladerdeeg, driehoekig van vorm en gevuld met een mengsel van in blokjes gesneden appel en kaneelEen appelflap kan eventueel worden aangevuld met amandelspijs, krenten en/of rozijnen.
- (voeding) lekkernij bestaande uit een schijf appel en gefrituurd deeg dat met oud en nieuw gegeten wordtMijn moeder maakte met oud en nieuw altijd ronde appelflappen met de frituurpan.
- (scheldwoord) dom persoonWat zijn jullie toch een rare appelflappen.
Etymologie
* , in de betekenis van ‘appelgebak’ voor het eerst aangetroffen in 1919
Vertalingen
Engelsapple turnover, apple turnover
Franschausson aux pommes, chausson aux pommes
DuitsApfeltasche, Apfeltasche
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek