apothekersassistente

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouw die in een apotheek werkt onder leiding van een apotheker
    Ìmke is apothekersassistente geweest,'zei Tinus. Hij klonk trots.
    Een apothekersassistente vult de capsules met het medicijn