apologeet
mannelijk (de)/ˌapoloˈɣet/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) verdediger van de leer van het christendom in de 2e en 3e eeuw tegen de aanklachten vanwege het paganisme en het jodendom
- schrijver van een apologieIn die tijd waren er wel meer zogenaamde fellow travellers, Westerse intellectuelen die gruwelijk blind bleven voor de terreur van Stalin, omdat ze zo hard wilden geloven in het communistische experiment. Het waren de tragische apologeten van Stalin. [https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2022/03/09/de-russen-komen-een-eeuw-vijandschap-tussen-amerika-en-ruslan/ www.vrt.be (13 mrt 2022)]
Etymologie
*van "apologète"
Vertalingen
Spaansapologeta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek